Werkplaatsgids klassieke Gilera (Saturno, 150, 175, Giubileo)

Werkplaatsgids · Gilera · 1946–1969

Werkplaatsgids klassieke Gilera

Onderhoud van de klassieke Gilera kopklepmotoren uit Arcore: Saturno 500, Nettuno 250, de 125–175 eencilinders en de B300.

Inleiding

Deze gids behandelt de klassieke viertakt-Gilera's uit Arcore van na de oorlog tot eind jaren zestig: de grote Saturno 500, de Nettuno 250, de populaire 125–150–175 eencilinders en de 300 tweecilinder. Allemaal kopklepmotoren met stoterstangen.

Modellen in het kort

  • Saturno 500 (1946–1959): 84 × 90 mm, in Turismo, Sport, Competizione ("Sanremo") en later Cross-uitvoering. De wereldtitels van Gilera in de 500 cc kwamen van de viercilinder; de Saturno won vooral nationale wegraces en later in de motorcross.
  • Nettuno 250: de kleinere broer van de Saturno, uit dezelfde periode.
  • 125, 150 en 175 (vanaf 1949): eenvoudige rechtopstaande eencilinders, ontworpen voor betaalbaar vervoer. De 150 (60 × 54 mm) werd de bestseller; de 175 (vanaf 1956) kreeg een langere slag van 61 mm. Varianten: Turismo, Sport, Super Sport, Gran Turismo, Rossa Extra en vanaf 1964 de Giubileo-reeks.
  • B300 (vanaf ca. 1953): tweecilinder die in feite uit twee 150-cilinders naast elkaar bestaat. Ook in Argentinië gebouwd.

Herkennen: de 125–175 hebben een rechtopstaande cilinder en een rond carter; de Saturno heeft een lange slag en een hoge, slanke motor. De Extra, de B300 en de Giubileo hebben een kettingprimaire, de meeste andere modellen tandwielen.

De tekst is een eigen samenvatting van openbare bronnen; het werkplaatsboek van je eigen model blijft leidend.

Technische gegevens

De kleine Gilera's delen één basisontwerp dat stap voor stap groter werd; de Saturno is een aparte, veel grotere motor.

ModelBoring × slagInhoudCompressieCarburateurVermogenBak
125 Turismo / Sport54 × 54 mm124 cc—Dell'Orto MA 164,7–7 pk3
150 Turismo / Sport60 × 54 mm152 ccca. 6:1Dell'Orto MA 18 Bca. 7,5 pk bij 5800 tpm4
150 Super Sport60 × 54 mm152 cchogerDell'Orto MB 20meer4
175 (Normale, GT, Sport, Rossa Extra)60 × 61 mm172,5 cc7,25:1Dell'Orto 22 mm (MB 22 B)ca. 9 pk bij 6500 tpm4
Giubileo 175 (1964–1969)61 × 61 mm175 cc—Dell'Ortoca. 10 pk bij 7000 tpm4
B300 tweecilinder2 × 150-cilinderca. 305 cc—Dell'Orto—4
Nettuno 250—247 cc—Dell'Orto—4
Saturno 500 Turismo84 × 90 mm499 ccca. 6:1Dell'Orto18 pk bij 4500 tpm4
Saturno 500 Sport84 × 90 mm499 cc6:1Dell'Orto22 pk bij 5000 tpm4
Saturno Competizione / Sanremo84 × 90 mm499 ccraceDell'Orto 35 mm32–36 pk4

Verdere kenmerken 150/175: olie ca. 1,35 liter (150 Sport), 6 volt met dynamo, accu en contactpunten, trommelremmen van 150 mm. De Giubileo heeft 17-inch wielen en een tank van 15 liter.

Saturno: vanaf eind 1950 telescoopvork en een volle-naaf voorrem, vanaf 1952 ook hydraulische schokbrekers achter. Daarvoor een horizontaal geveerde achterbrug met wrijvingsdempers en een parallellogramvork.

Opbouw van de motor

Alle Gilera's in deze gids zijn eenvoudige kopklepmotoren: een nokkenas laag in het carter bedient via stoterstangen en tuimelaars de twee kleppen.

De krukas drijft de klepbediening en de aandrijvingKrukascilinder rechtopNokkenasook voor de puntenStoterstangennaar de kopKleppenvia tuimelaarsPrimairtandwiel of kettingKoppelingmeerplaats in olieVersnellingsbak3 of 4, ketting
aandrijving Gilera kopklepmotor · schematisch

Het contactpuntenmechanisme draait op halve krukassnelheid. Meet het ontstekingstijdstip daarom altijd in graden op de krukas, nooit op de as van de puntenkam: daar is één graad er twee op de krukas.

Aandachtspunten

  • Vroege 125's hadden een rollenlager in de drijfstang; vanaf de vierde serie werd dat een glijlager, met een grotere oliecarter.
  • De 150 en 175 hebben geforceerde smering tot in de klepbediening, voor die tijd een vooruitstrevende oplossing.
  • De Saturno heeft een kleppenhoek van 90° en een lange slag; de motor trekt vooral laag in de toeren.

Periodiek onderhoud

Kleine olie-inhoud betekent vaak verversen: de 150 Sport heeft maar ongeveer 1,35 liter.

WerkInterval (richtlijn)Toelichting
Olieniveauvoor elke ritpeilstok
Olie verversen, zeef reinigenelke 1500–2000 km of jaarlijkswarm aftappen
Klepspelingelke 2000–3000 kmmotor koud
Contactpunten en tijdstipelke 3000 kmpuntafstand eerst
Bougieelke 3000 kmkleur beoordelen
Carburateur en luchtfilterelke 3000 km
Ketting smeren en spannenelke 500 kmca. 20 mm speling
Remmen en kabelsmaandelijks

Olie: gebruik een eenvoudige motorolie SAE 30–40 of 20W-50 zonder frictieverbeteraars, zodat de koppeling niet gaat slippen. Sommige oude rijders doen een beetje tweetaktolie in de benzine voor de klepgeleiders; dat is een eigen keuze, geen fabrieksvoorschrift.

Saturno: natte carter met een tandwielpomp en maar ongeveer 2 liter olie; vroege Saturno's hadden krappe oliekanalen. Ververs daarom vaak en laat de motor goed warmdraaien voordat je hem belast.

Olie verversen

  1. Rijd de motor warm en zet hem rechtop.
  2. Tap af via de plug onder het carter en reinig de zeef.
  3. Monteer met nieuwe ring, vul tot de streep op de peilstok en controleer na een korte rit opnieuw.

Klepspeling

De 150 heeft volgens het boekje een klepspeling van 0,05 mm bij koude motor; eigenaars nemen vaak 0,10 mm om de kleppen wat ruimer te laten.

ModelSpeling (koud)Opmerking
125 / 150 / 1750,05 mm (in de praktijk 0,05–0,10 mm)inlaat en uitlaat gelijk
Controle kleptiming 1500,30 mmalleen tijdelijk om de nokkenasstand te meten
Saturno / Nettuno / B300volgens werkplaatsboekgeen eenduidige bron gevonden

Bij 0,30 mm controlespeling opent de inlaat van de 150 op 32° voor BDP en sluit op 64° na ODP; de uitlaat opent 64° voor ODP en sluit 32° na BDP. Klopt dat niet, dan staat de nokkenas verkeerd.

Werkwijze

  1. Motor koud, bougie eruit, klepdeksel eraf.
  2. Draai de motor tot BDP in de compressieslag: beide kleppen dicht, beide tuimelaars hebben speling.
  3. Meet met een voelermaat tussen tuimelaar en klepsteel.
  4. Stel bij met de stelschroef en zet de contramoer vast terwijl je de schroef vasthoudt.
  5. Meet opnieuw en controleer of er echt speling is: een klep die net niet sluit geeft startproblemen en verbrandt.

Ontsteking

De 150/175 hebben 6 volt accu-ontsteking met Marelli-contactpunten; stel de puntafstand op 0,40–0,42 mm en controleer dat de punten bij volledige vervroeging rond 40° voor BDP openen.

Waarde150 / 175Bron
Puntafstand0,40–0,42 mmeigenaarsforum, volgens handboek
Volledige vervroegingca. 40° voor BDPeigenaarsforum
Vaste vervroegingca. 12°, de rest via de automatische vervroegereigenaarsforum
Condensatorca. 0,32 µFeigenaarsforum

De Saturno heeft een Marelli-magneet, eerst met handbediende vervroeging en later met automatische vervroeging; magneet en dynamo zitten boven elkaar vlak voor het motorblok. Ook op Italiaanse clubforums vond ik geen gradenwaarde voor de automatische versie; de online handboeken behandelen alleen de handbediende magneet. Het Registro Storico Gilera is hiervoor het aanspreekpunt.

Werkwijze

  1. Er zijn geen tijdstipmarkeringen: zet een gradenschijf op het krukaseinde (dynamozijde) en zoek BDP met een zuigerstop.
  2. Stel de puntafstand af met de punten volledig open.
  3. Sluit een ohmmeter of lampje aan over de punten.
  4. Druk de vervroegingsgewichten volledig open en draai de motor tot de punten openen; dat moet rond 40° voor BDP zijn.
  5. Verdraai het puntenplaatje: met de klok mee is vroeger, tegen de klok in later.
  6. Slaat de motor terug op de kickstarter, dan staat de ontsteking te vroeg. Een te vroege ontsteking kan bij belasting de zuiger beschadigen.

Carburateur

Alle modellen hebben een Dell'Orto met ronde schuif; bij de kleine modellen is de hoofdsproeier klein (de grootste in Dell'Orto's tabel voor 125–175 is een 95, op de MB 20 van de 150 Super Sport).

ModelCarburateur
125Dell'Orto MA 16
150 Turismo / SportDell'Orto MA 18 B
150 Super SportDell'Orto MB 20
175Dell'Orto MB 22 B (22 mm)
Saturno CompetizioneDell'Orto 35 mm

Zet geen grotere carburateur op een standaard 150: eigenaars melden dat een 18 op een vroeg model slecht loopt waar een 16 hoort.

Afstellen

  1. Rijd de motor warm.
  2. Draai de luchtschroef 1–1,5 slag open vanaf dicht als startpunt.
  3. Stel het stationair af met de aanslagschroef van de schuif, op het gehoor.
  4. Zoek met de luchtschroef het rondste stationair en stel daarna het toerental terug.
  5. Verzuipt de motor na het accelereren, dan is het mengsel te rijk: controleer vlotterniveau en naaldstand.

Starten: kort de tickler (vlotterdrukker) indrukken voor een rijker mengsel bij een koude motor; niet te lang, anders wordt de bougie nat.

Koppeling, remmen en storingzoeken

De koppeling loopt bij de meeste modellen in olie; de 175 Super Sport heeft een droge meerplaatskoppeling met verstelbare veren.

  • Koppeling: 2–3 mm vrije slag aan de hendel. Bij een droge koppeling geen olie op de platen laten komen.
  • Ketting: ca. 20 mm speling; de Saturno is zwaarder belast, controleer daar vaker.
  • Remmen: trommels (150/175: 150 mm). Stel af zodat de rem in het eerste kwart van de slag pakt.
  • Elektriek: 6 volt dynamo, regelaar en accu bij de kleine modellen. Een lege accu betekent bij accu-ontsteking ook geen vonk.
KlachtMogelijke oorzaakControle
Start niet, wel vonk, bougie natte rijk, klep sluit nietluchtschroef, klepspeling
Start niet, geen vonkpunten versleten, condensator, accu leegpuntafstand, accuspanning
Terugslag op de kickstarterontsteking te vroegtijdstip opnieuw meten
Slaat af na een tijdjeverkeerde carburateur, fase verkeerdcarburateurmaat, kleptiming
Plof uit de uitlaat, start nietklepspeling nul, fase verkeerdkleppen, nokkenasstand
Motor voelt geremd, wordt heetontsteking te vroeg of te armtijdstip, bougiebeeld

Onderdelen of een goed boek nodig voor deze klus? Bekijk het aanbod op eBay en bol.

Partnerlinks

Classic Moto Fix is gratis en zonder advertenties. Koop je via deze links, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt hetzelfde. Daarmee betalen we de hosting.

Bronnen

Geraadpleegd op 18 oktober 2026; alle tekst in deze gids is eigen bewerking. Voor Saturno, Nettuno en B300 waren weinig afstelgegevens online te vinden; een werkplaatsboek is daar onmisbaar.

Aanvulling clubbronnen:

Aanvulling of foutje gezien?

Heb je relevante aanvullingen, of kom je onvolkomenheden of fouten tegen? Meld het even via info@classicmotofix.com. Dan pas ik het aan.

← Alle werkplaatsgidsen