Werkplaatsgids Aermacchi Harley-Davidson tweetakt (SX, SS, TX)

Werkplaatsgids · Aermacchi tweetakt · 1965–1978

Werkplaatsgids Aermacchi tweetakt

Onderhoud van de Aermacchi tweetakt-eencilinders uit de Harley-Davidson-tijd: mengsmering, ontsteking, carburateur, ontkolen en storingzoeken.

Inleiding

Deze gids behandelt de tweetakt-eencilinders die Aermacchi in Varese bouwde, vooral de modellen die als Harley-Davidson werden verkocht (1965–1978). Ze vallen in drie families met een eigen motor.

Modellijn in het kort

  • Kleine stadsmotoren: M-50 (1965–1966), M-50 Sport, M-65 en M-65 Sport / Leggero (1967–1972). Drie versnellingen, bij de vroege modellen met handschakeling op het stuur, ontsteking via vliegwielmagneet.
  • 125-familie: Aletta en Rapido 125 (ML/MLS, 1968–1972), TX 125 (1973) en de Baja 100 (1970–1974) voor offroad. De Baja is afgeleid van de Aletta met een kleinere boring en won in 1971 zijn klasse in de Baja 1000.
  • SS / SX / SST 125–175–250 (1973–1978): de laatste generatie met olie-injectie, verchroomde aluminium cilinder, vijf versnellingen en 12 volt. SX = offroadstijl met hoge uitlaat, SS / SST = straatversie.
  • Racers: de Ala d'Oro 125 en de tweecilinder RR250 vallen buiten deze gids.

Herkennen: de nieuwe generatie (SS/SX 175 en 250) heeft een rechtopstaande cilinder en een dubbel wiegframe waarvan de bovenbuis tegelijk de olietank is. SX 175 en SX 250 zijn op de boring na vrijwel gelijk.

De tekst is een eigen samenvatting van openbare bronnen. Waar bronnen elkaar tegenspreken staat dat erbij; controleer kritische waarden in het werkplaatshandboek van je eigen type.

Veiligheid: werk aan een koude motor, zet de motor stevig op een standaard en koppel de accu los bij werk aan de elektriek. Tweetaktolie en benzine zijn brandbaar: werk in een geventileerde ruimte.

Technische gegevens

Alle modellen hebben een luchtgekoelde, poortgestuurde eencilinder met tandwiel-primaire aandrijving en natte meerplaatskoppeling.

ModelJarenBoring × slagInhoudCompressieCarburateurSmeringOntstekingBak
M-50 / M-50 Sport1965–196638,8 × 42 mm50 cc10:1Dell'Ortomengsmeringvliegwielmagneet3, handschakeling
M-65 / Sport / Leggero1967–197244 × 42 mm64 cc8,5–9:1Dell'Orto 18 mmmengsmeringvliegwielmagneet3
Rapido 125 (ML/MLS), Aletta1968–197256 × 50 mm123 cc—Dell'Ortomengsmeringvliegwielmagneet4
Baja 100 (MSR-100)1970–197450 × 50 mm98 cc9,5:1Dell'Ortomengsmeringvliegwielmagneet5
SX / SS 1751974–197861 × 59,6 mm174 cc10,7:1Dell'Orto VHB 27olie-injectieelektronisch (CDI)5
SX / SS / SST 2501975–197872 × 59,6 mm243 cc10,3:1Dell'Orto PHB 32olie-injectieelektronisch (CDI)5

Inhoud SX / SST 250: tank 10,5 l (waarvan ca. 1 l reserve), versnellingsbak 1,2 l, olietank 1,6 l. De SX 175 heeft een olietank van ongeveer 1,7 l in de bovenbuis van het frame.

Een enkele bron noemt voor de SX 175 mengsmering; de meeste bronnen en de techniek zelf (olietank in het frame, pomp links in het carter) wijzen op olie-injectie. Controleer je eigen motor: zit er een oliepomp links onder een deksel, dan heb je injectie.

Werking van de tweetakt

Een tweetakt heeft geen kleppen: de zuiger opent en sluit zelf de poorten in de cilinderwand. Het carter dient als voorcompressiekamer, daarom moet het luchtdicht zijn.

Elke omwenteling van de krukas levert een arbeidsslag1. Zuiger gaat omhoogBoven: verse lading wordt samengeperstOnder: nieuw mengsel stroomt het carter in2. Ontsteking en arbeidBougie vonkt net voor BDPGasdruk duwt de zuiger naar beneden3. Uitlaatpoort gaat openVerbrande gassen stromen wegOnderin wordt het mengsel samengeperst4. Overstroompoorten openMengsel uit het carter vult de cilinderen spoelt de laatste gassen naar buiten
tweetaktcyclus · één krukasomwenteling

De cyclus loopt rond met de klok mee. Omdat het mengsel door het carter gaat, krijgen krukas en lagers hun smering uit dat mengsel.

Twee manieren van smeren

  • Mengsmering (M-50, M-65, Rapido, Baja): de olie zit in de benzine. Meng altijd in een jerrycan, nooit rechtstreeks in de tank.
  • Olie-injectie (SS/SX 175 en 250): een pomp links in het carter voegt olie toe uit de tank in het frame. De pompkabel is gekoppeld aan het gas; die afstelling is van levensbelang voor de motor.

Gevolgen voor het onderhoud

  • Lekkende krukasseals laten valse lucht toe: de motor loopt dan onregelmatig, slaat hoog af of wordt te heet.
  • Koolaanslag in uitlaatpoort en demper kost vermogen; ontkolen hoort bij het normale onderhoud.
  • Een zuiger die vastloopt waarschuwt vaak eerst met een kort inhouden. Gas dicht en koppeling in.

Periodiek onderhoud

Bij een tweetakt is de belangrijkste olie die in de versnellingsbak; de motor zelf krijgt zijn olie via het mengsel of de injectiepomp.

WerkInterval (richtlijn)Toelichting
Olietank bijvullen (injectie)bij elke tankbeurtnooit leeg laten rijden
Versnellingsbakolie verversenelke 5000 km of jaarlijksSX/SST 250: ca. 1,2 l; M-50: ca. 0,5 l
Bougie controlerenelke 1000–2000 kmtweetakten vervuilen bougies sneller
Luchtfilter reinigenelke 2000 km, offroad vakerzand slijt cilinder en zuiger snel
Ontsteking controlerenelke 3000 kmpunten of CDI-tijdstip
Carburateur reinigenelke 5000 kmvooral na stilstand
Uitlaat en poort ontkolenelke 5000–10.000 kmzie carburateursectie
Oliepompkabel afstellen (injectie)bij elke gaskabelafstellingmarkeringen laten samenvallen
Ketting smeren en spannenelke 500 kmca. 20–30 mm speling
Remmen, kabels, bandenmaandelijksslijtage en spanning

Mengverhouding (mengsmering): houd de verhouding aan die op de tankdop of in het handboek staat. Ontbreekt die, kies dan een goede tweetaktolie voor luchtgekoelde motoren en een verhouding die voor die olie geldt; voor motoren uit deze periode wordt vaak wat rijker gemengd dan voor moderne motoren. Meng nooit armer dan de oliefabrikant aangeeft.

Versnellingsbakolie: SAE 20W-50 motorolie wordt voor de SX-serie genoemd. Gebruik geen olie met frictieverbeteraars; die laat de natte koppeling slippen.

Bakolie verversen

  1. Rijd warm, zet de motor rechtop en tap de olie af via de plug onder het carter.
  2. Maak de magneet (indien aanwezig) schoon en controleer op metaaldeeltjes.
  3. Monteer de plug met nieuwe ring en vul tot het controlegat of de peilstok.

Ontsteking

De SX / SST 250 vonkt op 20,5° voor BDP, gelijk aan 2,5 mm zuigerweg voor BDP; de oudere modellen hebben contactpunten achter het vliegwiel.

ModelSysteemInstelwaarden
M-50, M-65, Rapido, Bajavliegwielmagneet met contactpuntenpuntafstand en tijdstip volgens handboek; meet het tijdstip in mm zuigerweg
SX / SS 175elektronisch (CDI)tijdstip via markeringen op rotor en stator
SX / SST 250elektronisch (CDI)20,5° (2,5 mm) voor BDP; opnemerspleet 0,30–0,40 mm

Bougie: de fabriek noemt voor de SX/SST 250 een Champion N3 (14 mm) met elektrodenafstand 0,6–0,75 mm. In kruistabellen staan voor de SS 250 een NGK B8ES en voor de SX 250 een B9ES. Een te warme bougie geeft gloeiontsteking en zuigerschade; kies bij twijfel de koudere.

Tijdstip meten met een meetklok (contactpunten)

  1. Verwijder de bougie en schroef een meetklokhouder in het bougiegat.
  2. Draai de motor tot BDP (hoogste stand van de wijzer) en zet de klok op nul.
  3. Draai terug tot de klok de opgegeven waarde voor BDP aangeeft.
  4. Sluit een testlampje of zoemer aan over de punten. Ze moeten precies op dit punt openen.
  5. Verdraai de puntenplaat tot dat klopt, zet vast en controleer opnieuw.

CDI-systemen: controleer vooral de opnemerspleet en de markeringen. Geen vonk? Meet eerst de bedrading en de massa; de elektronische onderdelen zelf gaan minder vaak stuk dan de verbindingen ernaartoe.

Carburateur, ontkolen en cilinder

Alle modellen rijden op een Dell'Orto: 18 mm op de M-65, VHB 27 op de SX 175 en PHB 32 op de SX 250. Bij een tweetakt is een te arm mengsel gevaarlijk: het kost geen vermogen maar een zuiger.

Carburateur afstellen

  1. Begin altijd met een schone carburateur, een goed luchtfilter en dichte inlaatrubbers.
  2. Draai de luchtschroef licht dicht en dan 1,5 slag open als startpunt.
  3. Stel het stationair af met de warme motor, met de aanslagschroef van de schuif.
  4. Draai de luchtschroef per kwartslag tot het toerental het hoogst is en zet daarna het stationair terug.
  5. Beoordeel naald en hoofdsproeier op het bougiebeeld na een stuk vol gas: lichtbruin is goed, wit of grijs is te arm.
  6. Olie-injectie: stel na de gaskabel ook de pompkabel af, zodat de markering op de pomp samenvalt met de referentie bij stationair gas.

Uitlaat en poort ontkolen

  • Demonteer de uitlaat en schraap de koolaanslag uit de uitlaatpoort met een stuk hout of zacht aluminium; kras het chroom of de cilinder niet.
  • Zet de zuiger zo dat hij de poort afdekt, zodat er geen vuil in de cilinder valt.
  • Veel dempers hebben een uitneembare kern. Brand die niet uit met een open vlam boven brandbare materialen; reinigen in een ontvetter werkt ook.

Cilinder en zuiger controleren

  • De SX/SS-modellen hebben een verchroomde aluminium cilinder. Die kun je niet overboren; bij slijtage is herbekleding (nikasil of chroom) nodig.
  • Controleer zuigerringen op vastzitten in hun groef en meet de eindspeling in de cilinder.
  • Krassen aan de uitlaatzijde van de zuiger wijzen op oververhitting: te arm, te vroege ontsteking of te weinig olie.
  • Vervang bij openen altijd de voet- en kopakking, en bij twijfel de krukasseals.

Koppeling, ketting, remmen en storingzoeken

De koppeling is een natte meerplaatskoppeling in de bakolie; ketting en remmen onderhoud je zoals bij elke klassieker.

  • Koppeling: 2–3 mm vrije slag aan de hendel. De SX-serie heeft een primaire kickstart, zodat je in een versnelling kunt starten met de koppeling ingeknepen.
  • Handschakeling (M-50, vroege M-65): de versnellingen worden via een kabel vanaf de handgreep geschakeld. Een rekkende kabel geeft valse neutralen; stel hem af tot de versnellingen goed vallen.
  • Ketting: 20–30 mm speling halverwege het onderste deel, offroadmodellen iets meer. Controleer met iemand op de motor; de veerweg spant de ketting.
  • Remmen: enkelzijdige trommels (SX 175: 140 mm voor en achter). Stel af zodat de rem pakt in het eerste kwart van de slag en reinig trommels zonder perslucht.
  • Elektriek: de kleine modellen hebben een vliegwielmagneet, soms zonder accu (verlichting brandt alleen met lopende motor). De SS/SX-serie heeft 12 volt met accu.
KlachtMogelijke oorzaakControle
Start niet, geen vonkpunten vuil, condensator, CDI-bedradingvonktest, massa, puntafstand
Start niet, natte bougieverzopen of te veel oliebougie drogen, vol gas trappen zonder choke
Loopt hoog stationair, slaat niet afvalse lucht via krukasseal of inlaatcarter afpersen, rubbers controleren
Inhouden onder belasting, tikkente arm, te vroege ontsteking, koolaanslagbougiebeeld, tijdstip, uitlaat ontkolen
Veel blauwe rookte rijk gemengd of pomp te ver openmengverhouding, pompkabel
Geen rook en hete motor (injectie)olietank leeg of pomp defectolietank, pompkabel, leidingen
Koppeling sliptverkeerde olie, versleten platenolie verversen, platen meten
Valse neutraal (handschakeling)schakelkabel uitgerektkabel afstellen

Een tweetakt die plotseling vastloopt: koppeling in, gas dicht en uitrollen. Laat de motor afkoelen en controleer zuiger en cilinder voordat je verder rijdt.

Onderdelen of een goed boek nodig voor deze klus? Bekijk het aanbod op eBay en bol.

Partnerlinks

Classic Moto Fix is gratis en zonder advertenties. Koop je via deze links, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt hetzelfde. Daarmee betalen we de hosting.

Bronnen

Geraadpleegd op 17 oktober 2026; alle tekst in deze gids is eigen bewerking.

Aanvulling of foutje gezien?

Heb je relevante aanvullingen, of kom je onvolkomenheden of fouten tegen? Meld het even via info@classicmotofix.com. Dan pas ik het aan.

← Alle werkplaatsgidsen