Werkplaatsgids klassieke Benelli (Tornado, 500 Quattro, 750 Sei)

Werkplaatsgids · Benelli · Pesaro

Werkplaatsgids klassieke Benelli

Van Leoncino tot 750 Sei: technische gegevens en onderhoud per motorfamilie, met klepspeling, ontsteking en carburateurs synchroniseren.

Inleiding

Deze gids behandelt de klassieke Benelli's uit Pesaro, van de kleine eencilinders uit de jaren vijftig tot de zescilinder Sei van 1974. Het zijn vier heel verschillende motorfamilies; de gids geeft per familie de belangrijkste gegevens en het algemene onderhoud.

Modellen in het kort

  • Eencilinders: de Leoncino 125 (vanaf 1951, meestal tweetakt, ook een viertaktversie) en de viertakt 125 Sport Special (1968–1973) met liggende cilinder.
  • Tweecilinders: de 650 Tornado (1971–1976), een kopklep-paralleltwin in Britse stijl; de Tornado S kreeg in 1972 elektrische start. Later volgde de kleine 125/250 2C tweetakt-tweecilinder.
  • Viercilinders: de 500 Quattro (vanaf 1973) en 350 RS (1978–1980), plus de kleine 254 (1977–1984, 231 cc).
  • Zescilinder: de 750 Sei (1974–1977), de eerste productiemotorfiets met zes cilinders, en de opvolger 900 Sei (tot 1989).

Achtergrond: na de overname door Alejandro de Tomaso in 1971 werden de vier- en zescilinders zichtbaar afgeleid van de Honda CB500 Four: dezelfde boring en slag (56 × 50,6 mm), nokkenasketting in het midden, glijlagers in de drijfstangen en een Hy-Vo primaire ketting. Veel onderhoudsprincipes van de Honda gelden daarom ook hier.

De tekst is een eigen samenvatting van openbare bronnen. Voor deze modellen zijn weinig afstelwaarden online te vinden; een werkplaatsboek per model is onmisbaar.

Technische gegevens

De 500 Quattro en de 750 Sei delen de boring en slag 56 × 50,6 mm; de Tornado is een heel andere, kortslagige kopklepmotor.

ModelJarenMotorBoring × slagInhoudCompressieCarburateursVermogen
125 Sport Special1968–19731 cil. viertakt, liggend—123,6 cc—Dell'Orto—
650 Tornado1971–19722 cil. kopklep (OHV)84 × 58 mm643 cc8:1 (later 9,6:1)2 × Dell'Orto VHB 29ca. 52 pk bij 7200 tpm
650 Tornado S / S21972–1976idem, elektrische start84 × 58 mm643 ccidem2 × Dell'Orto VHB 29ca. 45–52 pk
254 (250 Quattro)1977–19844 cil. SOHC44 × 38 mm231 cc—Dell'Ortoca. 28 pk bij 10.500 tpm
350 RS1978–19804 cil. SOHC51 × 43 mm345 cc10:1Dell'Ortoca. 27 pk bij 9200 tpm
500 Quattro1973–19774 cil. SOHC56 × 50,6 mm498 cc10,2:14 × Dell'Orto VHB 2244–55 pk
750 Sei1974–19776 cil. SOHC56 × 50,6 mm748 cc—3 × Dell'Orto VHB 24ca. 71–75 pk bij 9000 tpm

Verdere kenmerken

  • Tornado: horizontaal gedeeld carter, krukas op vier rollagers, nokkenas via tandwiel; vijfbak, trommelremmen (voor 230 mm met vier oplopende schoenen). Droog ca. 210–220 kg.
  • 500 Quattro: natte carter, 12 V-accu 15 Ah, elektrische start, vijfbak, droog ca. 200 kg.
  • 750 Sei: dynamo en startmotor achter de cilinders (smal carter), natte carter met ca. 3 liter olie, twee schijven van 280 mm voor, trommel achter; droog ca. 220 kg. Elke carburateur voedt twee cilinders via een gedeeld spruitstuk.
  • Een bron noemt voor de Sei Dell'Orto's van 29 mm; de meeste bronnen houden het op 24 mm.

Opbouw per familie

Bepaal eerst tot welke familie je motor hoort: daarvan hangt af welke werkwijze geldt.

Vier motorfamilies; de 500 en 750 delen hun basisKlassieke BenelliEencilindersLeoncino 125(vooral tweetakt)125 Sport Specialviertakt, liggendTweecilinders650 Tornado, S, S2kopklep, 84 x 58 mm125/250 2CtweetaktViercilinders500 Quattro56 x 50,6 mm350 RS, 254kleinere matenZescilinders750 Sei56 x 50,6 mm900 Seigrotere matenGemarkeerd: basis zoals de Honda CB500 Four
modelfamilies klassieke Benelli
  • Tornado (kopklep): nokkenas laag in het blok via tandwiel aangedreven, stoterstangen naar de kop, krukas op rollagers. De startmotor (vanaf de S) zit achter de cilinders en drijft de krukas via een ketting aan.
  • 500 Quattro en 750 Sei (SOHC): nokkenas in de kop, aangedreven door een ketting tussen de middelste cilinders; glijlagers in de drijfstangen en een Hy-Vo primaire ketting. Bij de Sei zitten dynamo en startmotor achter de cilinders, aangedreven via tandwielen.
  • 350 RS en 254: kleinere viercilinders van een ander ontwerp (de 254 van Lino Tonti), hoogtoerig; de 254 draait tot ca. 11.800 tpm.

Omdat de 500 en 750 sterk op de Honda CB500 lijken, helpen Honda-werkwijzen voor nokkenasketting, kleppen en synchroniseren als je geen Benelli-boek hebt. Controleer de waarden wel altijd.

Periodiek onderhoud

Alle viertakt-Benelli's in deze gids hebben een natte carter; de 750 Sei bevat ongeveer 3 liter olie, de 500 Quattro ongeveer 2,5 liter.

WerkInterval (richtlijn)Toelichting
Olieniveauvoor elke ritpeilstok of kijkglas, motor rechtop
Olie + filter verversenelke 3000 km of jaarlijksglijlagers (Quattro, Sei) vragen schone olie
Klepspelingelke 5000 kmmotor koud
Nokkenasketting (Quattro, Sei)elke 5000 kmbij geratel eerder
Contactpunten en tijdstipelke 5000 kmelke puntenset apart
Carburateurs reinigen en synchroniserenelke 5000 kmna kleppen en ontsteking
Bougieselke 5000 km
Ketting smeren en spannenelke 500 kmca. 20–25 mm speling
Remvloeistof (schijfremmen)elke 2 jaar

Olie: gebruik een motorolie 20W-50 of 10W-40 zonder frictieverbeteraars; de natte koppeling deelt de olie met de motor.

Bekende zwakke punten

  • 750 Sei: bronnen melden problemen met versnellingsbak en krukas. Luister naar geluiden uit het blok en let op schakelgedrag.
  • 650 Tornado: trillingen; veel onderdelen zijn rubber gelagerd en er zitten gewichten in de stuureinden. Controleer rubbers en bevestigingen.
  • Viercilinders: lekkende inlaatrubbers en vervuilde carburateurs na stilstand.

Klepspeling

Voor de 750 Sei geeft een onderdelendatabase een waarde; voor de andere modellen vond ik geen betrouwbare online waarde. Het Benelli-werkplaatsboek voor de 500 Quattro en 750 Sei bevat aparte hoofdstukken over klepspeling en ontsteking en staat als scan op ManualsLib.

ModelInlaat en uitlaat (koud)Bron
750 Seica. 0,13–0,15 mmLouis-motordatabase
500 Quattro, Tornado, 350 RSzie werkplaatsboek

De 500 Quattro en 750 Sei hebben tuimelaars met stelschroeven, net als de Honda CB500. Eigenaars merken dat de klepspeling bij de Sei sneller verloopt dan bij een Honda en dat de nokkenasketting vaker gespannen moet worden.

Tornado (kopklep, stelschroeven op de tuimelaars)

  1. Motor koud, bougies eruit, klepdeksels eraf.
  2. Draai de motor tot de zuiger van de linkercilinder in BDP compressie staat; beide kleppen van die cilinder hebben dan speling.
  3. Meet tussen tuimelaar en klepsteel en stel bij met stelschroef en contramoer.
  4. Draai de krukas één slag verder en doe hetzelfde voor de rechtercilinder.

500 Quattro en 750 Sei (SOHC, stelschroeven)

  1. Werk volgens hetzelfde principe als bij de Honda CB500/CB750: per cilinder in BDP compressie, met beide tuimelaars los.
  2. Zoek de markeringen voor BDP op de rotor of de puntenplaat en volg de cilindervolgorde uit het boek; bij zes cilinders zijn drie of meer krukasstanden nodig.
  3. Gebruik een schone voelermaat en houd de stelschroef vast bij het vastzetten van de contramoer.

Krappe speling is gevaarlijker dan ruime: een klep die niet sluit verbrandt. Een licht tikkende klepbediening is geen reden tot zorg.

Ontsteking

De Tornado, Quattro en Sei hebben batterij-ontsteking met contactpunten en bobines; stel altijd eerst de puntafstand van elke set af en pas daarna het tijdstip.

Bougie 750 Sei: NGK D8EA (of DR8EIX), elektrodenafstand 0,5 mm. De Sei had af fabriek contactpunten; een elektronische ontsteking wordt door kenners sterk aangeraden. Moderne vervangende systemen werken met ca. 32–39° vervroeging bij hoog toerental.

ModelSysteemOpmerking
650 Tornadoaccu, bobine(s), puntentijdstip met gradenschijf of stroboscoop volgens het boek
500 Quattro12 V accu, bobines per cilinderpaartwee puntensets, zoals de Honda CB500
750 Seiaccu, bobine en puntenmeerdere puntensets; zie werkplaatsboek

Algemene werkwijze

  1. Stel bij elke set de puntafstand af met de punten volledig open (gangbaar bij deze periode is 0,3–0,4 mm; controleer het boek).
  2. Zet de eerste cilinder op de ontstekingsmarkering en stel de bijbehorende puntenset zo af dat de punten daar net openen (testlampje).
  3. Herhaal voor de andere sets met hun eigen markering.
  4. Controleer met een stroboscoop of de vervroeging werkt.

Veel eigenaars vervangen de punten door een elektronische ontsteking; dat verhelpt het steeds opnieuw afstellen van meerdere sets.

Carburateurs en synchroniseren

De Tornado heeft twee Dell'Orto VHB 29's, de 500 Quattro vier VHB 22's en de 750 Sei drie VHB 24's die elk twee cilinders voeden. Synchroniseren is bij alle meercilinders nodig.

Synchroniseren (Tornado, Quattro, Sei)

  1. Stel eerst kleppen en ontsteking goed af en rijd de motor warm; zet een ventilator voor de motor.
  2. Zet de schuiven mechanisch gelijk: elke schuif moet op hetzelfde moment gaan bewegen.
  3. Sluit vacuümmeters aan (één per carburateur; bij de Sei per spruitstuk).
  4. Stel bij ca. 2500–3000 tpm de kabelstellers of koppelschroeven bij tot alle meters gelijk staan.
  5. Laat terug naar stationair, stel de stationairschroeven gelijk en het toerental op ca. 1000–1100 tpm.
  6. Stel per carburateur de mengschroef af op het rondste toerental en controleer de meters opnieuw.

Bij de Sei: elke carburateur voedt twee cilinders via een gesplitst spruitstuk. Een lek in één tak van dat spruitstuk verstoort twee cilinders tegelijk; controleer de rubbers zorgvuldig.

Stationair (eencilinder): luchtschroef 1,5 slag open als startpunt, warm stellen met de aanslagschroef en de luchtschroef op het rondste toerental.

Koppeling, remmen en storingzoeken

Alle modellen hebben een natte meerplaatskoppeling met kabel en een eindketting; de Sei en latere Quattro's hebben schijfremmen voor, de vroegste Quattro's trommels.

  • Koppeling: 2–3 mm vrije slag aan de hendel.
  • Tornado: een erg korte eerste versnelling met een grote sprong naar de tweede; wat koppelingsslip bij wegrijden is normaal.
  • Remmen: Tornado trommels (voor vier oplopende schoenen, stel beide zijden gelijk af); Sei twee Brembo-schijven van 280 mm voor en een trommel van 200 mm achter.
  • Elektriek: 12 V; bij de Tornado S en de Sei zitten startmotor en dynamo achter de cilinders.
KlachtMogelijke oorzaakControle
Eén cilinderpaar koud (Quattro)puntenset of bobine van dat paarvonktest per paar
Twee cilinders koud (Sei)carburateur of spruitstuk van dat paarcarburateur, inlaatrubbers
Onrustig stationairniet gesynchroniseerd, luchtlekvacuüm meten
Ratelen boven in de motornokkenasketting of klepspelingspanner, kleppen
Trillingen (Tornado)rubbers versleten, gewichten stuur losrubbers, bevestigingen
Schakelproblemen (Sei)bekende zwakte bakspecialist, bak inspecteren
Accu laadt nietregelaar, dynamolaadspanning ca. 14 V

Onderdelen of een goed boek nodig voor deze klus? Bekijk het aanbod op eBay en bol.

Partnerlinks

Classic Moto Fix is gratis en zonder advertenties. Koop je via deze links, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt hetzelfde. Daarmee betalen we de hosting.

Bronnen

Geraadpleegd op 18 oktober 2026; alle tekst in deze gids is eigen bewerking. Voor de Sei kwamen klepspeling en bougie uit een onderdelendatabase; voor de andere modellen blijft het werkplaatsboek nodig.

Aanvulling databases en handboeken:

Aanvulling of foutje gezien?

Heb je relevante aanvullingen, of kom je onvolkomenheden of fouten tegen? Meld het even via info@classicmotofix.com. Dan pas ik het aan.

← Alle werkplaatsgidsen