Werkplaatsgids Moto Guzzi liggende eencilinder (Falcone, Airone)

Werkplaatsgids · Moto Guzzi · liggende eencilinders

Werkplaatsgids Moto Guzzi liggende eencilinders

Onderhoud van de liggende kopklep-eencilinders uit Mandello del Lario: Falcone, Nuovo Falcone, Astore en Airone.

Inleiding

Deze gids behandelt de liggende kopklep-eencilinders van Moto Guzzi uit Mandello del Lario, het kenmerkende Guzzi-concept voordat de V-twin kwam. De 500 cc-lijn loopt van de Normale (1921) tot de Nuovo Falcone (1976); de 250 cc-lijn is de Airone.

Modellen in het kort

  • Airone 250 (1939–1957): de kleine broer met 70 × 64 mm. Vanaf 1948 aluminium kop en cilinder, vanaf 1949 in Turismo- en Sportversie. De meest verkochte Italiaanse middenklasser van zijn tijd.
  • GTV en GTW 500 (na de oorlog): voorgangers van de Falcone; de GTV liep tot 1953 door als Astore.
  • Falcone 500 (1950–1967): sportmodel met 88 × 82 mm. Vanaf 1953 als Sport (23 pk) en Turismo (de opvolger van de Astore, met diens nokkenas, kleppen en carburateur).
  • Nuovo Falcone 500 (1969–1976): grondig vernieuwd, eerst voor leger en politie (Militare), daarna ook als Civile en Sahara.

Herkennen: alle modellen hebben een bijna horizontale cilinder die naar voren wijst en een groot vliegwiel links. Bij de oude Falcone en Airone draait dat vliegwiel vrij zichtbaar (de "vleessnijder"); bij de Nuovo Falcone zit het grotendeels onder een kap. De oude Falcone heeft een droge carter met olietank en magneetontsteking; de Nuovo Falcone heeft een natte carter, 12 volt en accu-ontsteking.

De tekst is een eigen samenvatting van openbare bronnen; het werkplaatsboek van je eigen model blijft leidend.

Veiligheid: houd handen, kleding en gereedschap uit de buurt van het open vliegwiel als de motor draait.

Technische gegevens

Alle 500's hebben 88 × 82 mm (499 cc) met lage compressie en weinig toeren; de Airone heeft 70 × 64 mm (247 cc).

ModelJarenBoring × slagCompressieCarburateurVermogenOntstekingSmering
Airone Turismo1939–195770 × 64 mm6:1Dell'Orto SBF 22 mmca. 9,5–12 pkmagneet—
Airone Sport1949–195770 × 64 mm7:1Dell'Orto SS 25 mmca. 13,5 pkmagneet—
Falcone Sport1950–196788 × 82 mm6,5:1Dell'Orto SS 29 A23 pk bij 4500 tpmMarelli-magneetdroge carter, ca. 3 l
Falcone Turismo (ex Astore)1953–196388 × 82 mmlagerDell'Orto MD 27 Fca. 19 pkMarelli-magneetdroge carter
Nuovo Falcone1969–197688 × 82 mm6,85:1 (Militare 7:1)Dell'Orto VHB 29 A26 pk DIN bij 4800 tpm12 V accu en bobinenatte carter

Verdere kenmerken

  • Alle modellen: vier versnellingen, ketting naar het achterwiel, trommelremmen.
  • Falcone: frame van buizen en plaatwerk, achtervering met veren in een kast onder de motor en wrijvingsdempers; topsnelheid ca. 135 km/h.
  • Nuovo Falcone: buizenframe met twee schokbrekers, aluminium cilinder met gietijzeren voering, eindketting links, elektrische start via een Dynastart bij een deel van de modellen. Rijklaar gewicht ca. 214 kg.
  • Vanaf november 1952 kreeg de Falcone een Marelli-magneet met automatische vervroeging; daarvoor werd de vervroeging met een hendel op het stuur bediend.

Opbouw van de motor

De liggende cilinder wijst naar voren en ligt laag in het frame; daardoor is de motor koel aan te stromen en ligt het zwaartepunt laag. Het grote buitenvliegwiel is het herkenningsteken.

Een krukas drijft kleppen, vliegwiel en aandrijvingKrukaszuiger ligt vooruitNokkenasvia tandwielStoterstangenlangs de cilinderKleppenvia tuimelaarsVliegwiel, links buiten het carterGroot en zwaar: rustige loop bij lage toeren en makkelijk startenTandwielenprimaire aandrijvingKoppelingmeerplaatsVersnellingsbak4 bakken, ketting
aandrijving liggende Guzzi-eencilinder · schematisch

De kleppen worden bediend via een nokkenas laag in het carter, stoterstangen en tuimelaars. Bij de vroege Airone zitten de haarspeldveren nog open; latere modellen hebben ingesloten veren.

Verschillen oud en nieuw

OnderdeelFalcone (1950–1967)Nuovo Falcone (1969–1976)
Smeringdroge carter met olietanknatte carter
OntstekingMarelli-magneet12 V accu en bobine
Vliegwielopen, zichtbaargrotendeels afgedekt
Eindkettingrechtslinks
Framebuizen en plaatwerkbuizenframe
Achterveringveren onder de motor, wrijvingsdemperstwee schokbrekers

Periodiek onderhoud

Controleer de klepspeling elke 3000 km; dat is het belangrijkste terugkerende werk aan deze motoren.

WerkInterval (richtlijn)Toelichting
Olieniveauvoor elke ritFalcone: in de olietank; Nuovo Falcone: in het carter
Olie verversen, zeef reinigenelke 2000–3000 km of jaarlijkswarm aftappen
Klepspelingelke 3000 kmmotor koud
Ontsteking (punten of magneet)elke 3000 kmpuntafstand, dan tijdstip
Bougieelke 3000 kmkleur beoordelen
Carburateur en luchtfilterelke 3000 kmvooral bij stof
Koppeling en remmen afstellenelke 1000 kmzie sectie koppeling
Ketting smeren en spannenelke 500 kmca. 20–25 mm speling
Vet op scharnierpuntenelke 3000 kmachterbrug, wrijvingsdempers, kabels

Olie: de oude Falcone heeft een droge carter met ongeveer 3 liter in de olietank. De Nuovo Falcone heeft een natte carter; vul daar bij tot de streep op de peilstok. Voor deze laagtoerige motoren wordt meestal een eenvoudige motorolie SAE 40 of 20W-50 zonder frictieverbeteraars gebruikt.

Olie verversen (Falcone met droge carter)

  1. Rijd de motor warm.
  2. Tap de olietank af én de olie die in het carter is achtergebleven.
  3. Reinig de zeef in de olietank en controleer de olieleidingen op scheurtjes.
  4. Vul de tank, start de motor en controleer of de olie terugstroomt naar de tank (kijk bij de vuldop).
  5. Controleer het niveau opnieuw na een korte rit.

Klepspeling afstellen

Stel bij een koude motor de inlaat af op 0,10 mm en de uitlaat op 0,20 mm; dat zijn de fabriekswaarden voor de Nuovo Falcone en de waarden die Italiaanse bronnen ook voor de oudere Falcone noemen.

KlepSpeling (koud)Opmerking
Inlaat0,10 mm
Uitlaat0,20 mmsommige eigenaars gebruiken 0,15 mm
Controle kleptiming0,5 mmalleen tijdelijk, voor het controleren van de nokkenasstand

Voor de Airone geven bronnen geen eenduidige waarde; gebruik het werkplaatsboek of begin met dezelfde waarden en luister naar de motor.

Werkwijze

  1. Laat de motor volledig afkoelen en verwijder de bougie.
  2. Draai het vliegwiel met de hand in draairichting tot de inlaatklep open en weer dicht is gegaan: de zuiger komt nu naar BDP in de compressieslag.
  3. Zet de zuiger precies op BDP. Beide stoterstangen moeten nu met de vingers te draaien zijn.
  4. Meet met een voelermaat tussen tuimelaar en klepsteel.
  5. Draai de contramoer los, stel bij met de sleufstelschroef en houd die vast terwijl je de contramoer vastzet. Een dop met een gelaste handgreep helpt hierbij.
  6. Meet na het vastzetten opnieuw en draai het vliegwiel twee slagen rond voor een laatste controle.

Te weinig speling is gevaarlijker dan te veel: een klep die niet sluit verbrandt, vooral de uitlaat. Wat getik hoort bij een Guzzi-eencilinder.

Ontsteking

De Nuovo Falcone vonkt statisch op 10° voor BDP en volledig vervroegd op 44°, met een puntafstand van 0,42–0,48 mm. De oudere modellen hebben een Marelli-magneet.

ModelSysteemWaarden
Aironemagneetvolgens werkplaatsboek
Falcone tot eind 1952Marelli-magneet, vervroeging met hendel op het stuurhendel bij starten op laat zetten
Falcone vanaf eind 1952Marelli MCR 4-E met automatische vervroegingvolgens werkplaatsboek
Nuovo Falcone12 V accu, bobine, contactpuntenpuntafstand 0,42–0,48 mm; 10° statisch, 44° vol vervroegd

Tijdstip instellen (Nuovo Falcone)

  1. Zet de zuiger op BDP compressie; een gradenschijf op het vliegwiel maakt het werk veel nauwkeuriger.
  2. Stel de puntafstand af op 0,42–0,48 mm met de punten volledig open.
  3. Sluit een testlampje aan over de punten en draai het vliegwiel terug tot ruim voor het ontstekingspunt.
  4. Draai langzaam vooruit; de punten moeten openen bij 10° voor BDP. Verdraai de puntenplaat tot dat klopt.
  5. Controleer met een stroboscoop dat de vervroeging bij hogere toeren rond 44° komt.

Magneet (Falcone en Airone): een zwakke vonk komt meestal door verbrande punten, een slechte condensator of een verzwakte magneet. Een magneet laten nawikkelen en opnieuw magnetiseren is specialistenwerk. Gebruik bij de handbediende vervroeging altijd de laatste stand om te starten: met een groot vliegwiel en een 500 cc-zuiger is een terugslag op de kickstarter pijnlijk.

Carburateur Dell'Orto

Elk model heeft een eigen Dell'Orto; de Falcone Sport gebruikt de racecarburateur SS 29 A met losse vlotterkamer, de Nuovo Falcone de vierkante VHB 29 A.

ModelCarburateur
Airone TurismoDell'Orto SBF 22 mm
Airone SportDell'Orto SS 25 mm
Falcone SportDell'Orto SS 29 A
Falcone TurismoDell'Orto MD 27 F
Nuovo FalconeDell'Orto VHB 29 A

Losse vlotterkamer (SS-type): de vlotterkamer moet op de juiste hoogte en waterpas staan ten opzichte van de sproeier. Hangt hij te hoog, dan loopt de motor rijk en lekt hij; te laag geeft een arm mengsel. Controleer de bevestiging na elke demontage.

Stationair afstellen

  1. Rijd de motor warm; deze grote eencilinder heeft daar even voor nodig.
  2. Draai de luchtschroef licht dicht en dan 1,5 slag open als startpunt.
  3. Zet het stationair met de aanslagschroef zo laag dat de motor rustig en regelmatig doorloopt; deze motoren kunnen erg laag stationair draaien.
  4. Draai de luchtschroef per kwartslag tot de motor het rondst loopt en stel daarna het stationair terug.
  5. Laat 1–2 mm speling in de gaskabel.

Starten: de lage compressie en het zware vliegwiel maken starten eenvoudig. Eigenaars van de Nuovo Falcone starten vaak in de tweede versnelling als de motor wordt aangeduwd, omdat de eerste erg kort is.

Koppeling, versnellingsbak, remmen en storingzoeken

Stel bij de Nuovo Falcone de koppelingshendel af op ongeveer 4 mm speling en beide remmen op 20–25 mm vrije slag voordat de remvoering de trommel raakt.

  • Koppeling: natte meerplaatskoppeling. Bij de oude Falcone zit het koppelingsmechanisme deels buiten het carter; houd scharnierpunten gesmeerd.
  • Versnellingsbak: vier versnellingen. De Falcone-bak komt van de Dondolino-racer; schakelen gaat rustig en met een duidelijke klik.
  • Ketting: 20–25 mm speling. Bij de oude Falcone loopt hij rechts, bij de Nuovo Falcone links.
  • Remmen: trommels voor en achter. Stel af met de stelmoeren aan hendel en pedaal; reinig trommels zonder perslucht.
  • Achtervering oude Falcone: de wrijvingsdempers stel je bij met de sterknop; de veren zitten in een kast onder de motor.
KlachtMogelijke oorzaakControle
Start niet, geen vonkpunten, condensator, magneet of accuvonktest, puntafstand
Terugslag op de kickstarterontsteking te vroeghandvervroeging op laat, statisch tijdstip
Rookt blauwversleten zuigerveren of klepgeleiders, droge carter overvolcompressietest, olieniveau
Olie uit de ontluchting (Falcone)retourpomp of te veel olie in tankolie loopt terug in de tank?
Tikken uit de kopklepspeling te grootklepspeling meten
Motor wordt heet, verliest vermogenklepspeling te klein, te arm mengselkleppen, bougiebeeld
Rijke loop, benzine lekt (SS-carburateur)vlotterkamer te hoog of naald lekthoogte vlotterkamer, vlotternaald
Accu laadt niet (Nuovo Falcone)dynamo of regelaarlaadspanning ca. 14 V bij verhoogd toerental

Aanhaalmomenten

Voor deze motoren zijn weinig fabriekswaarden openbaar beschikbaar. Onderstaande waarden zijn algemene richtwaarden voor stalen bouten in aluminium, niet uit Guzzi-documentatie.

Bout / moerRichtwaarde
M6 (deksels)7–9 Nm
M8 (algemeen)16–20 Nm
Cilinderkopkruiselings in stappen, volgens werkplaatsboek
Vliegwielmoerzeer vast en geborgd, volgens werkplaatsboek
Bougie (14 mm)20–25 Nm

De vliegwielmoer verdient extra aandacht: een los vliegwiel op deze motoren beschadigt de krukas en is gevaarlijk.

Onderdelen of een goed boek nodig voor deze klus? Bekijk het aanbod op eBay en bol.

Partnerlinks

Classic Moto Fix is gratis en zonder advertenties. Koop je via deze links, dan krijgen wij een kleine vergoeding. Jij betaalt hetzelfde. Daarmee betalen we de hosting.

Bronnen

Geraadpleegd op 18 oktober 2026; alle tekst in deze gids is eigen bewerking.

Aanvulling of foutje gezien?

Heb je relevante aanvullingen, of kom je onvolkomenheden of fouten tegen? Meld het even via info@classicmotofix.com. Dan pas ik het aan.

← Alle werkplaatsgidsen