Geschiedenis · 1885–1985
Waar het begon: van radio’s en vliegtuigen naar motoren
Ducati begon met radio’s, Aermacchi met watervliegtuigen en Laverda met landbouwmachines. Hoe de Italiaanse motorindustrie na de oorlog ontstond, en waarom er zoveel 50-, 125- en 175-cc’s zijn.
Veel Italiaanse motormerken begonnen niet met motoren. Ducati maakte onderdelen voor radio’s, Aermacchi en MV Agusta bouwden vliegtuigen, Laverda maakte landbouwmachines en Innocenti stalen buizen. En waarom zijn er zoveel kleine motoren van 50, 125 en 175 cc? Op deze pagina lees je hoe dat zo gekomen is.
Na de oorlog: geen geld, geen benzine, wel werk nodig
In 1945 lag Italië in puin. Bommen hadden fabrieken, spoorlijnen, wegen en havens verwoest. Geld was weinig waard en benzine was schaars. Een auto was voor bijna niemand te betalen.
Wat wel kon, was een fiets met een klein motortje. Zo’n motortje was goedkoop, makkelijk te onderhouden en heel zuinig: sommige reden bijna 100 kilometer op een liter. De Ducati Cucciolo uit 1946 werd in ongeveer tien jaar meer dan 400.000 keer verkocht. De Garelli Mosquito was er al in 1945.
Tegelijk zaten veel fabrieken zonder werk. Volgens het vredesverdrag mocht Italië geen vliegtuigen meer bouwen. Vliegtuigbouwers zoals Agusta, Macchi en Piaggio hadden machines, vakmensen en ervaring met lichte constructies. Daarmee gingen ze scooters, motoren en driewielers bouwen. Een driewieler als de Aermacchi MB1 of de Vespa Ape was precies wat winkeliers en boeren nodig hadden.
Waar ze mee begonnen
Ducati · begon met radio’s · 1926
In 1926 begonnen Antonio Cavalieri Ducati en zijn zonen Adriano, Bruno en Marcello in Bologna de Società Scientifica Radio Brevetti Ducati. Hun eerste succes was de Manens, een condensator voor radio’s. Later maakten ze ook radio’s, verrekijkers, scheerapparaten en rekenmachines. In 1935 werkten er zo’n 7000 mensen in de fabriek in Borgo Panigale. Op 12 oktober 1944 werd die fabriek gebombardeerd. In 1946 begon Ducati opnieuw met de Cucciolo, een motortje voor op de fiets.
Aermacchi · begon met watervliegtuigen · 1912
Aeronautica Macchi uit Varese begon in 1912 als vliegtuigbouwer, eerst met licenties van het Franse Nieuport. In 1934 vestigde een Macchi-watervliegtuig een snelheidsrecord van ruim 700 km/u. In de oorlog werd de fabriek gebombardeerd. Daarna kwam er een afdeling voor vervoer over de weg: eerst de driewieler MB1, vanaf 1951 de Cigno en later de bekende liggende eencilinders.
MV Agusta · begon met vliegtuigen · 1923
Graaf Giovanni Agusta richtte in 1923 een vliegtuigfabriek op in Samarate. Na de oorlog mocht Italië volgens het vredesverdrag geen vliegtuigen meer bouwen. Om het bedrijf en de banen te redden kwam in 1945 Meccanica Verghera, en in 1946 ging de MV 98 in productie. Vanaf 1952 bouwde Agusta ook weer helikopters, met een licentie van het Amerikaanse Bell.
Piaggio (Vespa) · begon met bommenwerpers · 1946
Piaggio bouwde vóór en in de oorlog vliegtuigen. De fabriek in Pontedera werd door bommen verwoest. Enrico Piaggio wilde daarna een goedkoop vervoermiddel voor iedereen. Vliegtuigingenieur Corradino D’Ascanio ontwierp een scooter zonder ketting, waarop je makkelijk kon opstappen. Op 23 april 1946 werd het patent aangevraagd: de Vespa. Pas toen je op afbetaling kon kopen, ging hij echt verkopen.
Innocenti (Lambretta) · begon met stalen buizen · 1947
Ferdinando Innocenti maakte stalen buizen, eerst in Rome en vanaf 1931 in een grote fabriek in Milaan. Die fabriek werd in de oorlog zwaar gebombardeerd. Daarna wilde hij een eenvoudige, sterke en betaalbare scooter. In 1947 kwam de Lambretta A, genoemd naar de wijk Lambrate waar de fabriek stond.
Iso · begon met koel- en verwarmingsapparatuur · 1939
Renzo Rivolta kocht in 1939 Isothermos, een fabriek van koel- en verwarmingsapparaten. Na de oorlog stapte hij over op scooters en motoren, zoals de Isoscooter. In 1953 kwam de Isetta, en later zelfs sportwagens.
Garelli · begon met compressoren voor vliegtuigen · 1919
Adalberto Garelli bedacht in 1912 de split-single en begon in 1919 zijn merk bij Milaan. Vóór de oorlog maakte Garelli ook compressoren voor vliegtuigen. In 1945 kwam de Mosquito, een motortje van 38,5 cc dat op de fiets werd gezet.
Rumi · begon met een gieterij · na 1945
De familie Rumi had in Bergamo een gieterij voor onderdelen van textielmachines. In de oorlog maakte die wapens en zelfs mini-onderzeeërs. Daarna ging Donnino Rumi motoren bouwen, zoals de Formichino.
Laverda · begon met landbouwmachines · 1873
Pietro Laverda begon in 1873 in Breganze met landbouwmachines. Zijn kleinzoon Francesco Laverda richtte in oktober 1949 Moto Laverda op. De eerste motor was de Laverda 75.
Benelli · begon met een reparatiewerkplaats · 1911
In 1911 begonnen zes broers Benelli in Pesaro een werkplaats voor reparaties. Hun moeder Teresa, die weduwe was, stak het familiegeld erin. In 1919 kwam hun eerste motortje van 75 cc op een fietsframe, en in 1921 de eerste echte motor.
Moto Guzzi · begon met de luchtvaartdienst van de marine · 1921
Carlo Guzzi en Giorgio Parodi dienden in de Eerste Wereldoorlog bij de luchtvaartdienst van de Italiaanse marine, samen met piloot Giovanni Ravelli. Op 15 maart 1921 richtten ze Moto Guzzi op. Ravelli was in 1919 bij een proefvlucht verongelukt; de adelaar in het logo is ter herinnering aan hem.
Bianchi · begon met fietsen · 1885
Edoardo Bianchi begon in 1885 een fietsenwinkeltje in Milaan. In 1897 bouwde hij een fiets met motor en in 1910 een echte motorfiets. Na de oorlog maakte Bianchi onder andere de Aquilotto.
Bimota · begon met luchtkanalen en verwarming · 1973
Valerio Bianchi, Giuseppe Morri en Massimo Tamburini maakten in Rimini luchtkanalen voor airconditioning. In 1973 begonnen ze Bimota: de naam komt van de eerste letters van hun achternamen. Zie de Bimota SB2.
Cagiva · begon met kleine metalen onderdelen · 1950
Giovanni Castiglioni maakte vanaf 1950 in Varese kleine metalen onderdelen. Cagiva staat voor CAstiglioni GIovanni VArese. In 1978 kochten zijn zonen de oude Aermacchi-fabriek en gingen ze motoren bouwen.
Waarom al die kleine cc’s?
Weinig geld en dure benzine. Een kleine motor was goedkoper om te kopen en zuiniger. Voor de meeste mensen was een 125 al een grote stap.
Geen rijbewijs nodig. Volgens motorjournalist Nico Cereghini had je in Italië in 1956 nog geen rijbewijs nodig voor een 125; daarboven wel. Wie een Guzzi Galletto van 192 cc wilde, moest dus op examen. Een 125 was daardoor een makkelijke keuze.
De wet van 1959. Op 15 juni 1959 kwam de eerste echte Italiaanse verkeerswet, de Codice della Strada. Vanaf toen moest je voor elke motor een rijbewijs hebben, behalve voor bromfietsen tot 50 cc, de ciclomotori. Daarom bouwden Italiaanse merken in de jaren zestig en zeventig zoveel 50 cc-modellen, zoals de Morini Corsarino.
Racen in de 175-klasse. In de jaren vijftig was de 175 de belangrijkste klasse, zowel in de winkel als op de weg. Lange wegraces zoals de Milano–Taranto en de Motogiro d’Italia hadden klassen voor lichte motoren, en een overwinning daar was de beste reclame. Daarom hadden Benelli, Gilera, Mondial, Parilla en anderen allemaal een sportieve 175.
En de belasting? Of de wegenbelasting in die tijd ook van de cilinderinhoud afhing, hebben we niet in een betrouwbare bron kunnen vinden. Daarom zeggen we daar hier niets over. Weet jij het, met bron? Laat het ons weten.
Van scooter naar kleine auto
Toen het in de jaren vijftig beter ging met Italië, wilden gezinnen een dak boven hun hoofd. Daar kwamen de kleine auto’s voor. De Fiat 500 Topolino bestond al sinds 1936, maar was een tweezitter. De koelkastmaker Iso kwam in 1953 met de Isetta, een ei op wielen met de deur aan de voorkant. In 1957 kwamen de Fiat Nuova 500 en de chiquere Autobianchi Bianchina. Van de Nuova 500 zijn bijna 3,9 miljoen gebouwd.
Voor veel scooter- en motorfabrieken werd het daardoor moeilijker. Rumi stopte rond 1960 met motoren. Andere merken gingen zich meer richten op sportieve motoren, crossers en brommers.
Tijdlijn
| 1885 | Edoardo Bianchi opent een fietsenwinkel in Milaan |
|---|---|
| 1909 | Giuseppe Gilera bouwt zijn eerste motor |
| 1911 | Werkplaats van de broers Benelli in Pesaro |
| 1912 | Macchi bouwt vliegtuigen in Varese |
| 1921 | Oprichting van Moto Guzzi |
| 1923 | Vliegtuigfabriek van Giovanni Agusta |
| 1926 | Radio Brevetti Ducati in Bologna |
| 1936 | Fiat 500 Topolino |
| 1940–1945 | In de oorlog worden de fabrieken van onder andere Ducati, Piaggio, Innocenti en Macchi gebombardeerd |
| 1945 | Garelli ontwerpt de Mosquito; MV laat de 98 zien |
| 1946 | Ducati Cucciolo en Vespa |
| 1947 | Lambretta A |
| 1949 | Laverda 75 |
| 1951 | Aermacchi Cigno |
| 1953 | Iso Isetta |
| 1955 | Autobianchi opgericht door Bianchi, Fiat en Pirelli |
| 1957 | Fiat Nuova 500 en Autobianchi Bianchina |
| 1959 | Nieuwe verkeerswet: rijbewijs voor alle motoren boven 50 cc |
| 1973 | Bimota |
| 1978 | Cagiva neemt de Aermacchi-fabriek over |
Leuk om te weten
- De Vespa verkocht in het begin slecht. Pas toen je hem op afbetaling kon kopen, liep het: in 1950 gingen er meer dan 60.000 de deur uit.
- De eerste MV heette eigenlijk ‘Vespa 98’. Omdat Piaggio die naam ook gebruikte, werd het de MV 98.
- Topolino is de Italiaanse naam van Mickey Mouse. Britse journalisten noemden de kleine Fiat zo.
- De naam Lambretta komt van de wijk Lambrate in Milaan, genoemd naar het riviertje de Lambro.
- Met de opbrengst van zijn helikopters betaalde de familie Agusta voor een groot deel het raceteam van MV Agusta.
BronnenMotor Valley: de broers Ducati (Engels)Cycle World 1971: History of Aermacchi (Engels)Wikipedia: MV Agusta (Engels)Wikipedia: Vespa (Engels)Wikipedia: Lambretta (Engels)Wikipedia: Iso (Engels)Wikipedia: Laverda (Engels)Motorionline: Benelli sinds 1911 (Engels)Piaggio Group: 100 jaar Moto Guzzi (Italiaans, pdf)Wikipedia: Massimo Tamburini en Bimota (Engels)Wikipedia: Cagiva (Engels)Wikipedia: Gilera (Engels)Panorama: de hulpmotortjes die Italië na de oorlog weer op gang brachten (Italiaans)Moto.it, Nico Cereghini: wanneer het rijbewijs voor de motor verplicht werd (Italiaans)InMoto: Morini 175 Settebello, de koningsklasse (Italiaans)Wikipedia: Autobianchi (Engels)Wikipedia: Fiat 500 (Engels)